Het Heilig Jaar
Het Heilig Jaar: Afstemmen op God
Door: Hans de Jong, katholiekleven.nl
In 2025 viert de Katholieke Kerk het Heilig Jaar ‘Pelgrims van hoop’. De Bijbelse wortels van het Heilig Jaar liggen in het joodse ‘Jubeljaar’. Hierover vertelt dr. Tineke de Lange in een podcast voor katholiekleven.nl. Tineke de Lange is beleidsmedewerker bij de bisschoppenconferentie voor de contacten met het Jodendom. Ook is zij docent Oude Testament en Judaïca.
Het boek Leviticus, dat midden in de Thora (de eerste vijf boeken van de Bijbel) staat, speelt een grote rol in de Joodse geloofsbeleving. Het behandelt de ceremoniële en heiligheidswetten. In Leviticus 25 staan bepalingen over het Jubeljaar. Het is (samen met een tekst in Numeri) het enige hoofdstuk waar de term ‘jovel’ veel in voorkomt. Het verwijst naar een bijzonder Heilig Jaar dat om de vijftig jaar plaatsvindt. Wij vertalen het met Jubeljaar.

Heilig Jaar
In feite is Heilig Jaar een betere vertaling dan Jubeljaar, legt Tineke de Lange uit. “Omdat het gaat om het je afstemmen op God, die heilig is. God wil dat zijn volk heilig is, zoals Hij heilig is. Deze regels van de Thora gaan over de relatie met God en je medemens. Het is de bedoeling van God dat ieder een goede plaats in de samenleving heeft.
Daarnaast kent de Bijbel het Sabbatjaar, dat om de zeven jaar plaatsvindt. In het Sabbatjaar krijgt de grond rust. Men leeft vanuit het vertrouwen dat God in het jaar daarvoor voldoende voedsel schenkt.
Het land is van God
Het Jubeljaar is het vijftigste jaar, nadat zeven keer een Sabbatjaar is gehouden. Het Jubeljaar is een religieuze en sociale ‘reset’. Mensen die hun bezit zijn kwijtgeraakt krijgen het terug. Het oude Israël was een agrarische samenleving en daarom ging het om grond. Hieronder ligt een religieuze motivatie: God is de eigenaar van de aarde. Land mag verkocht worden maar dit is nooit definitief. De mens heeft geen absoluut eigendomsrecht. Hij is de vertegenwoordiger van God die het land bewerkt. Als iemand schulden maakt en zijn land moet verkopen kan dat dus nooit voor altijd zijn. Je hebt het land van God gekregen en het is daarom geen handelswaar. Na vijftig jaar komt de grond weer bij de oorspronkelijke eigenaar.
De mensen zijn van God

Hetzelfde geldt voor volksgenoten die tot slavernij vervallen zijn. Zij krijgen in dat jaar hun vrijheid terug. Men treft in het boek Leviticus uitgebreide bepalingen aan hoe deze teruggave geregeld wordt. Op het eind van het hoofdstuk (Leviticus 25, 55) wordt nadrukkelijk verwezen naar het bevrijdende handelen van God in Egypte. ‘Want de Israëlieten zijn dienaren van Mij; Ik heb hen uit Egypte geleid.’
De tijd is van God
In het Jodendom is ook de tijd belangrijk. Elke week is er de sabbat en er zijn feesten in een bepaald ritme. Het zijn dagen waarop tijd wordt vrijgemaakt voor God, want ook onze tijd is van God.
Het is niet zeker of het Jubeljaar ooit echt is gehouden. Er zijn twee andere Bijbelteksten die verwijzen naar dit Jubeljaar, Jesaja 61 en Lucas 4, 16-22. We hebben er weinig feitelijke gegevens over, maar de teksten zeggen wel degelijk iets over de idealen van het Joodse volk.