Onze geschiedenis

De Liudgerparochie is gesticht in 2015. Maar hoe ziet de geschiedenis van de parochie eruit? Wie was de Heilige Liudger? Welke rol speelde de genezing van Bernlef? En hoe heeft katholiek Groningen zich ontwikkeld?

Jezus van Nazareth

Jezus van Nazareth is de spil van een christelijke geloofsgemeenschap. Hij ging weldoende rond, werd beleden als de Lang Verwachte, en riep leerlingen die hij onderrichtte en uitzond om zijn missie voort te zetten. Al werd Jezus gedood, ook als verrezen Heer blijft hij zijn volgelingen samenroepen en spoort ze aan samen te blijven komen. 


De Heilige Liudger

De Liudgerparochie is vernoemd naar een van de beroemdste oud-inwoners van deze regio: de heilige Liudger. Hoewel ooit aangeduid als de ‘apostel der Groningers’, was hij een 8e-eeuwse missionaris in het gebied der Friezen, waar het grootste deel van de huidige provincie Groningen toen deel van uit maakte.

Liudger werd in 742 geboren nabij Utrecht, als kleinzoon van een Friese edelman. Hij wilde als missionaris in de Friese landen het werk voltooien waarvan predikers als Willibrord en Bonifatius de grondleggers waren geweest. In 777 begon Liudger zijn apostelwerk in Deventer. Zijn werkzaamheden breidden zich uit naar het noorden, tot in de verste uithoeken van het Friese rijk.

Liudger – een beroemde Noorderling – en de wonderbaarlijke genezing van Bernlef

Zijn voorgangers, met name Bonifatius, hadden weinig succes geboekt in de noordelijke streken; Bonifatius was in 754 bij Dokkum gedood. Liudger had echter het grote voordeel dat hij de landstaal sprak.

In 786 kreeg Liudger de opdracht Hugmerchi, Hunusga, Fivilga, Emisga, Federitga en het eiland Bant te kerstenen. Hierin zijn de Groninger gouwen en de Oost-Friese gebieden Eemsgo en Federgo te herkennen.

In 796 stichtte Liudger een abdij in het Duitse Werden, thans een stadsdeel van Essen, aan de Ruhr. Om van dit klooster een centrum van beschaving en geleerdheid te maken, gaf hij al zijn bezittingen aan het klooster.

Ook vanuit de streken die hij gekerstend heeft werden aan dit klooster zeer veel schenkingen gedaan. De bouw van het klooster was ook verbonden aan een wonder. Het ondoordringbare woud aldaar leek ongeschikt voor de bouw van een klooster, maar direct na aankomst werden de bomen ‘s nachts op miraculeuze wijze neergehaald en kon de bouw beginnen. Eén boom was blijven staan, daar wilde Liudger uiteindelijk begraven worden. Liudger overleed op 61 jarige leeftijd, in 809, in het Duitse Billerbeck.

De boom naast het klooster werd na zijn dood in 809 inderdaad zijn laatste rustplaats. Later werd zijn gebeente gelicht en vereerd. Nog altijd is in het klooster Werden het vrijwel complete skelet van de heilige bewaard.

Genezing van Bernlef

Een belangrijke rol in de verbreiding van Liudgers bekendheid was te danken aan de genezing van de blinde bard Bernlef. Tijdens een van zijn reizen door het Groningerland ontmoette Liudger deze dichter in Helwerd.

Hij trachtte Bernlef tot het christendom te bekeren. Bernlef zou daarop tegen Liudger hebben gezegd: “Als uw God zo machtig is, toon mij dan een teken”. Liudger legde daarop zijn handen op de ogen van de bard en sprak een gebed uit, waarna de blinde man weer kon zien. Het verhaal van deze genezing zou als een lopend vuurtje rond zijn gegaan.

Het motto van onze parochie ‘oog voor elkaar’ verwijst mede naar deze genezing.

Bernlef en Liudger

Katholiek Noord-Groningen

Noord-Groningen, het gebied tussen het huidige Lauwersmeer en de monding van de Eems, heeft een lange geschiedenis van missionering. Willibrord, Bonifatius en Liudger (8e eeuw) zagen Noord- Nederland als deel van hun missiegebied. Tussen 1200 en 1600 bevonden zich in Noord-Groningen 34 missionaire kloosters. Toen Spaans Groningen en de Ommelanden tot Republiek werden gereduceerd (1594) werden alle bezittingen van Rooms-Katholieken onteigend. Geloofsgemeenschappen gingen ondergronds verder. Na de invoering van de nieuwe grondwet (1848) ontstond een emancipatie van kerkelijke gezindten. Ook de parochies van Uithuizen (1607), Bedum (1641), Wehe-den Hoorn (1707), Appingedam (1751), Delfzijl (1818), Kloosterburen (1841) maakten een enorme missionaire opbloei mee. 

Het gebied onttrok zich echter niet aan de implosie – de ontkerkelijking die zich sinds de jaren vijftig van de 20e eeuw in heel West-Europa heeft voltrokken.