Geschiedenis

                                           De voorgeschiedenis

 Het Groningerland maakte voor het eerst kennis met het Christendom toen de H. Willebad in dit gewest kwam , hij was vanuit Engeland via Friesland hier gekomen , in het jaar 772.Ongeveer 20 jaar later kwam ook de H. Ludger naar deze contreien. Het is niet helemaal duidelijk waarom in de loop der eeuwen de naam Ludger veranderd is in Liudger. Een mogelijke oorzaak kan zijn  dat een kroniekschrijver een schrijffout heeft gemaakt of het dialect de verbastering de oorzaak er van is. Na 1100 verrezen in de tegenwoordige provincie Groningen vele parochiekerken, abdijen, en kloosters. In ons parochiegebied wijzen bepaalde namen daar nog op ; Grijze Monnikenklooster bij Termunten en Heveskesklooster aan de huidige Kloosterlaan .Weiwerd, Heveskes en Oterdum zijn in de jaren '60 van de aardbodem verdwenen toen verschillende fabrieken zich hier vestigden. Het kerkje van Heveskes staat troosteloos tussen fabrieken.  Verrees er rond dat tijdstip ook een parochiekerk in Delfzijl? Nee, er woonden toen  nog niet zoveel mensen , de bewoners gingen elders ter kerke in het naburige Farmsum . Daar stond sinds de 12e eeuw  de prachtige Maria`s geboortekerk, dat deel uitmaakte van de parochiekerk Uitwierde. Toen in de 16e eeuw de reformatie uitbrak ( Farmsum`s pastoor Mulerius ging daartoe over in  1595, tegelijk met zijn collega Erbertus Mengerink in Uitwierde) was er geen mogelijkheid meer om als katholiek te leven. Een kleine groep gelovigen bleef trouw aan de leer van de katholieke kerk ondanks de vervolgingen , onderdrukkingen etc. In 1607 werd de eerste katholieke kerk van onze provincie opgericht in Uithuizen. Van daaruit  ondernamen de toenmalige pastoors 150 jaar lang hun apostolische reizen langs de boorden van de Eems tot aan Delfzijl, Appingedam en het hoge land van Noord Groningen . Zonder gevaar was dat niet en meestal gingen de geestelijken onder vreemde naam of vermommingen door het gebied. In achteraf gelegen schuurtjes , op zolder of waar dan ook werden de “heilige geheimen gevierd. Halverwege een “viering" moesten de aanwezigen zich soms uit de voeten maken om het vege lijf te redden. De katholieken van Apingedam kregen in 1751 toestemming om een huis te kopen in de Dijkstraat., en deze in te richten tot kerk en pastorie. Maar aan het begin van de 19e eeuw wilden de katholieken van Delfzijl een eigen kerk en pastorie. Er waren in die tijd nogal wat katholieke soldaten en veteranen van het Franse leger gelegerd. Verschillende pogingen werden ondernomen om toestemming van de regering te krijgen , maar het lukte niet…. In het najaar van 1816 ging een katholiek uit Delfzijl , L. Cateau met de bijnaam van "Franse snijder" te voet naar Den Haag om aan koning Willem 1 vergunning en subsidie te vragen voor het stichten van katholieke kerk in Delfzijl. Hij werd persoonlijk door de koning ontvangen en kreeg te horen dat de vorst zich het lot van de katholieken aantrok. Op 13 Februari 1817 werd de rijkssubsidie toegekend.  In het voorportaal van de kerk zit een ingemetselde tegel die herinnerd aan dat heugelijk feit.  Meteen werd een stuk grond in de Landstraat gekocht, tegenover het huidige reisbureau Globe, om daar een Godshuis te bouwen. Hier laten wij even de kronieken aan het woord; “zij hadden niet gerekend op de geest van onverdraagzaamheid , welke  nog vele ingezetenen dezer vesting bezielde; immers `t werd als een  "Paapsche stoutigheid" aangemerkt, dat zij, die nauwelijks geduld werden, zich durfden vermeten nu op  één der schoonste gedeeltens van der stad, juist tegenover de woning van des Burgemeesters een openbaar bedehuis te stichten; en de protestantsche Burgervader, de Edelachtbare Heer J. J. Vos, zoude het moeten  aanzien uit zijn eigen vensters dat de Katholieken naar hun eigene kerk ter Mis gingen".  Het gemeentebestuur weigerde. Men kocht toen in de Waterstraat op de hoek van de Wildersgang een koemelkerij. En daar verrees de eerste katholieke kerk  samen met een pastorie voor de prijs van 9435 gulden. Op 14 juli 1818 werd het kerkje ingezegend door de aartspriester van Groningen B. Meddens. Naar alle waarschijnlijkheid is op die dag ook de eerste pastoor , J. A. Pierik gekomen ( 1818- 1834). Hij kreeg een jaarlijkse vergoeding van 100 gulden per jaar.  In de eerste jaren heeft men zich niet zo druk gemaakt over het onderhoud van het Godshuis. Want 20 jaar later moest de tweede pastoor J. A. Lammeren heel wat moeite doen om de nodige subsidies te krijgen. Na een periode van verwaarlozing was het nodig om enige “herstellingen“ te doen.  Pastoor van Lammeren moest brieven schrijven naar de regering, de Gouverneur van de Provincie, gedeputeerde en provinciale staten, de ministers van Erediensten , Binnenlandse zaken en zelfs de koning kreeg een brief. Uiteindelijk heeft hij de benodigde 1200 gulden gekregen voor de restauratie onder voorwaarde dat een derde deel van de provincie en een derde deel van de plaatselijke parochianen zou komen. Een intekenlijst met 32 namen er op bracht bijna 200 gulden op,  collectes in andere katholieke kerken in noord Nederland bracht 232,- gulden op, zodat de restauratie door kon gaan.  Amper was de restauratie klaar of pastoor van Lammeren hield het voor gezien en vertrok. Van 1844 – 1854 werd het moeilijk om een nieuwe pastoor aan te trekken. Tot twee keer toe moest de pastoor van Appingedam het priesterwerk in Delfzijl waarnemen. Hier kwam verandering in na herstel in de kerkelijke hierachie en werd pastoor A. Rekvelt zielzorger in Delfzijl. In 1861 werden de grenzen vastgesteld van de parochie en daar toe hoorden; Delfzijl, Farmsum, Weidwerd, Heveskes, Oterdum, Meedhuizen, Uitwierde, Biessum, Amsweer, Geefsweer, Ideweeer, Tuiwerd, Schaapbulten,Termunten, Termunterzijl, Baamsum, Borgsweer, Woldendorp, Wagenborgen, Dallingeweer, Lalleweer, Grijze Monnikenklooster, Fimel, Reide, Zomerdijk, Binderij, Nieuwolda, Finsterwolderpolder, Oosterwolderpolder, en Oude Geut.  In de loop der jaren was het altijd een grote opgave een nieuwe pastoor te krijgen voor Delfzijl. De slechte financiele positie zal hier mede wel een oorzaak van zijn geweest.  In 1862 werd weer eens een inzameling gehouden onder de kerkeleden,  om de kerk een mooi  “ Passiekruis” te geven. Op de lijst van gulle gevers komen namen voor die veel Delfzijlsters nog kennen. Fam. Rottinghuis, Coersen, ( Koersen), Hunfeld om er een paar te noemen. We maken een sprong in de geschiedenis, en er waren plannen om een nieuwe kerk te bouwen. Er kwamen meer katholieken in Delfzijl wonen en dus werd de kerk te klein. Geld was er niet en opnieuw klom de toenmalige pastoor Ditters  in de pen en schreef een brief aan Mr. H. van der Wetering met de mededeling dat ze niet genoeg geld hadden voor herstelwerkzaamheden. Citaat; in de vloeren zitten verschillende gaten, het behang is van zeer slechte kwaliteit, keukenvloer trappen wij eerdaags door. Om maar niet te spreken dat de schilder hier aardig wat werk kan vinden. Alleen, geld was er niet, de Mgr.werd beleefd maar dringend gevraagd eens te kijken of hij wat geld had voor de parochie Delfzijl. Op 18 Februari 1921 kocht men een stuk grond aan de Buitensingel, voor de prijs van; 10.762,50 gulden en 50 cent. De grond was er maar geld was er niet om te gaan bouwen. Opnieuw moest de pastoor op de bedeltoer en vele preekstoelen in Nederland heeft hij onveilig gemaakt. Het unieke feit deed zich voor dat pastoor Koning, zijn voorganger pastoor Ditters had het  pad reeds bewandeld ,de totale som van 80.000 gulden bijeen had gesprokkeld. Zonder schuld werd de kerk en pastorie gebouwd en ingericht, het is nooit helemaal duidelijk geworden waar de geestelijke het geld vandaan heeft gehaald.  In het voorgaande is veel geschreven over de minder rooskleurige financiele positie van de parochie. Het belangrijkste aspect hebben wij tot nu toe onvermeld. Hoe katholiek waren de katholieken hier in Delfzijl ?  Het is in het verleden wel gebeurd dat de pas benoemde pastoor met  angst en vrees naar Delfzijl afreisde. Geestelijk waren de teleurstellingen bijna niet te verwerken. Er heerste grote mate van onverschilligheid , de goede niet te na gesproken. “ De gelovigen “ lachen er mee, schrijft de 15e pastoor, J.A. Heins “zij hebben oren om te horen , maar horen niet". Zijn opvolger zei vanaf de preekstoel;" in vele dorpen en steden heb ik gepreekt, maar een treurige parochie als hier heb ik zelden aan getroffen". Dit feit sloeg op het slechte bezoek der Heilige Mis. De R K kerk in Delfzijl heeft ook grote ontwikkelingen door gemaakt. Dankzij de import van vele ex-Limburgerse mijnwerkers, eind jaren "60, en  jonge Zeeuwse boeren die naar het hoge noorden kwamen om hier een nieuwe toekomst op te bouwen, kreeg de kerk een nieuwe impuls. De katholieke gemeenschap groeide aanzienlijk, en er werd een katholieke school opgericht.: "Sterre der zee". Pastoor Bolmer zag in de jaren '80 grote veranderingen aan- komen en men grotendeels zelf de parochie draaiende diende te houden. Toen de laatste pastoor van Appingedam, pater Smeels vertrok kwam de vraag; en hoe nu verder ? Er volgde een onderzoek en daar kwam uit  dat de kerk van Appingedam zou worden af-gestoten. Appingedam en Delfzijl werden samengevoegd, het werd een tijd van gewenning en allerlei werkgroepen moesten  samenwerken. Ieder had zijn werkwijze, er gingen een paar jaar overheen maar uiteindelijk is het één geloofsgemeenschap geworden. De rust keerde weer terug en het leven kabbelde weer voort . Maar niet voor lange duur . De kerk was hard toe aan een grote onderhoudsbeurt . De totale kosten werden beraamd op 1 miljoen euro . En zo`n gigantisch bedrag kon de kleine gemeenschap onmogelijk opbrengen . Diverse bronnen werden aangeboord ,gaande weg kwam de Josephkerk hoger op de prioriteitenlijst te staan .het gebeurde ook dat de kerk weer lager op de lijst kwam te staan . Maar de klok tikte door en het dak vertoonde steeds meer lekkages . Ten lange leste kwam er heugeluk nieuws van de overheid . 75 % van het totaalbedrag kwam uit het potje van monumentenzorg .de Parochiegemeenschap diende zelf 25 % bij te passen .Diverse acties werden gestart en mede dankzij de reserveringen, van de afgelopen jaren waren de benodigde gelden binnen .De Firma Blokzijl uit Blijham kreeg de klus . Tijdens de restauratie gingen de parochianen kerken bij hun `buren "  De Nederlandse Hervormde kerk aan het Commandementsplein te Delfzijl stond al een aantal jaren leeg . En deze kerk werd voor een jaar gehuurd .

Contact

  • H.Liudgerparochie Noord-Groningen
    Postbus 21
    9980 AA Uithuizen
  • Delfzijl
    Buitensingel 18
    9934 GB Delfzijl
    Telefoon 0596 61 34 08
    Mobiel 06 12 87 61 12