Kerk

Geschiedenis Kerk

De R.K. KERK "Maria ten Hemelopneming" werd in 1881 in gebruik genomen. Sindsdien moesten er nog enkele ornamenten worden geplaatst en hebben er een aantal wijzigingen plaatsgevonden. In 1883 werd het Moeder Godsaltaar geplaatst en in 1887 werden de 14 staties, vervaardigd door Eugène de Fernelmont uit Den Bosch, aangebracht. Tussen 1891 en 1906 kreeg het gebouw een tegelvloer, werden de vensters van het middenschip voorzien van gebrandschilderde ramen, kwam er een biechtstoel en werden twintig, nog uit de oude kerk afkomstige banken, vervangen door nieuwe. In 1925 kreeg de kerk elektrisch licht en in 1928 werd voetverwarming aangelegd. In 1934/35 vond er een grote restauratie plaats waarbij het gebouw van binnen werd gestucadoord, er een nieuwe tegelvloer werd gelegd, er boven het priesterkoor en het Maria- en Jozefaltaar gebrandschilderde ramen werden aangebracht, vervaardigd door glazenier Joep Nicolas uit Roermond en waarbij de staties werden overgeschilderd in dezelfde kleur.

Na de tweede wereldoorlog

In 1962 kwam er een nieuwe preekstoel en werd het Jozefaltaar afgebroken om plaats te maken voor zo’n veertig zitplaatsen. Tijdens de restauratie van 1967/68 werden de gebrandschilderde ramen in aluminium sponningen geplaatst. In 1969 werd het priesterkoor verhoogd, werd de preekstoel omgebouwd tot twee verhoogde lezenaars, de communiebanken links en rechts van het priesterkoor gezet en op het priesterkoor een nieuw altaar geplaatst. Tijdens de afbraak van de St. Martinuskerk in Groningen kwam de kerk in het bezit van een fraaie biechtstoel uit deze kerk. Het in 1819 gebouwde orgel dat uit de oude kerk was overgebracht, is vervangen door een elektronisch orgel. De parochianen schonken de kerk in 1946 twee nieuwe luidklokken van de firma Van Bergen uit Heiligerlee, nadat de oude er in 1943 waren uitgehaald.

Neogotische stijl

De kerk is een, in neogotische stijl opgetrokken, eenbeukige kruiskerk met vijfhoekige absis, gebouwd in een bruine baksteen op een trasraam van bruine klinkers met schuin aflopende rollaagbeëindiging. Het samengestelde dak is gedekt met leien in maasdekking en wordt omsloten door een zinken goot. Op het dak vijf kleine houten dakkapellen onder een zadeldak met houten luik met vierpasmotief, en op de nok van de absis een pinakel met torenkruis. Aan de voorzijde is een naar boven toe smaller wordende toren geplaatst, vier bouwlagen hoog, met ingesnoerde torenspits met bol en torenkruis en een uitgebouwde, driehoekige traptoren onder een driezijdig schilddakje aan de zuidzijde. De zijgevels en hoeken van het kerkgebouw worden ondersteund door gemetselde steunberen die ook binnenwaarts zijn geplaatst. De gevels worden geleed door spitsboogvensters met tracering, glas-in-lood en hardstenen afzaat.

De Hoofdentree

De hoofdentree bevindt zich in de toren aan de westzijde en bestaat uit een dubbele gelakt houten korfboogvormige deur met decoratieve gehengen onder een eensteens korfboog. Boven de entree, op de tweede bouwlaag, een groot spitsboogvenster met tracering en glas-in-lood met onder de lekdorpel een in vier vakken gemetseld vlak. Aan weerszijden is aan de bovenzijde een rond venstertje met davidster motief geplaatst. De noordgevel heeft op de tweede bouwlaag twee blinde spitsboogvensters en de zuidgevel één. Op de derde bouwlaag hebben noord- en westgevel twee hoge blinde spitsboogvensters met daartussenin twee spitsboogvensters met een rond vlak erboven, dat bij de westgevel in beslag wordt genomen door een wijzerplaat. De zuidgevel heeft dezelfde indeling maar met slechts één blind spitsboogvenster. De vierde verdieping heeft aan alle zijden vier blinde spitsboogvensters met in de middelste twee, houten roosters. De traptoren heeft bovenin drie spitsboogvensters met glas-in-lood en een aantal smalle venstertjes.

Het interieur

De noord- en zuidgevel van het kerkgebouw hebben elk vijf spitsboogvensters, onderbroken door het transept. Het noorder- en zuider transept hebben beide een tuitgevel met schouders. De gevels worden ingedeeld door een groot spitsboogvenster met tracering en glas-in-lood, geflankeerd door twee blinde spitsboogvensters met erboven twee ronde vensters met davidster motief. Het noorder transept heeft onder het grote venster een dubbele korfboogvormige, gelakte houten deur met ijzeren gehengen en een natuurstenen stoep. In de top van de beide transepten bevindt zich een blind spitsboogvenster met tracering waarbinnen twee kleine glas-in-lood vensters zijn uitgespaard, met aan weerszijden nog twee blinde spitsboogvensters. In de zijgevels van het noorder- en zuider transept is een spitsboogvenster aangebracht, eveneens met tracering en glas-in-lood. Tussen het zuider transept en de vijfhoekige absis is een lage aanbouw geplaatst onder een met leien bedekt schilddak, met in de oostgevel een spitsboogvenster. Aan de oostzijde van het noorder tansept bevindt zich een driehoekig absidiool met driezijdig tentdak en drie spitsboogvensters.

In het interieur zijn ondermeer vermeldenswaard: het stergewelf, de kleurig betegelde vloer (1934), de veertien kruiswegstaties, het hoofdaltaar in de koorsluiting met de gebrandschilderde ramen waarop de heiligen St. Walfridus en St. Radfridus, St. Willibrordus en St. Ludgerus staan afgebeeld, het Maria-altaar in het absidiool, het zwart marmeren zeshoekige doopvont, de houten kerkbanken, de houten biechtstoel in het zuidelijke transept en de houten orgeltribune. In het voorportaal de tegelvloer en de bakstenen trap naar de toren; (in de toren het uurwerk in een houten kast).

Contact

  • H.Liudgerparochie Noord-Groningen
    Postbus 21
    9980 AA Uithuizen
  • Bedum
    Grotestraat 47
    9781 HB Bedum
    Telefoon 050 301 22 15
    Mobiel 06 20 82 72 93