Veerkracht

Het loopt tegen zevenen in de morgen. Zoals bijna altijd ben ik al vroeg uit de veren en zet ik de voordeur open. Het raam is elke nacht open, maar nu klinkt het nog mooier. Vogelgeluiden. Enkele geluiden ken ik: het geschetter van kraaien, het gekraai van de hanen, het getjilp van mussen, de zang van de merel, het geroekoekoe van de houtduif. Maar er zijn nog veel meer vogels en iedere vogel zingt zoals het gebekt is. 

Maar zelfs de geluiden die ik ‘ken’, ‘ken’ ik niet, want waarover hebben die vogels het, waarover roeren ze hun snavels? Mensen hebben al veel fabels geschreven, verhalen waarin de dieren spreken, waarin hun taal en denkwijze toegankelijk wordt gemaakt. Maar wat zegt ‘meneer de uil’ over de nachtelijke jagers met hun grote ogen? Zijn uilen heus zo wijs? Wat zegt ‘juffrouw ooievaar’ over de zwart-witte trekvogels met hun ranke poten die houden van zon en warmte? Waarom brengen paradijsvogels geen baby’s? 

‘Waarover spreken de vogels’ denk ik soms, als ik in hun kathedraal kom: het bos en de velden. Schrapen ze gewoon hun keeltjes? Kunnen ze heus met elkaar praten? Kan een mus communiceren met een parkiet? Of is het soort bij soort? In ‘de liefde’ is het wel soort bij soort, want er bestaan geen muskieten of kraaiende kwartels. Alhoewel, er zijn wel putterkanaries, maar die zijn volgens kenners minder vruchtbaar. 

Vogelkenners, in gewoon Nederlands ‘ornithologen’ genoemd, onderscheiden angstgeluidjes van lokroepen. Een bange vogel maakt een heel andere sound dan een verliefde. Verder is de stilte een communicatiemiddel, want vaak zingen vogels niet. Vogels zijn ook bang voor elkaar. Kijk eens naar de kippen als er een valk over het kippenhok vliegt… Er zijn ‘roofvogels’ die houden van kleinere vogels of van muizen. Maar zijn niet ook de spreeuwen die ‘onze’ kersenbomen plunderen roofvogels? 

Er zijn mooie boeken over vogels in Nederland en er zijn indrukwekkende apps. Maar kunnen vogels praten met elkaar over wat ze van mensen vinden? Nemen ze de wereld of de kooi waarin ze worden geboren als uitgangspunt, net als een kind dat doet dat in de stad wordt geboren? Of dromen vogels van vrijheid, van onbedreigd de vleugels spreiden als Jonathan Livingstone Seagull, de ‘hoofdvogel’ in het mooie boekje van Richard Bach? Ieder vliegtuig is een vogel, dat hebben we al geleerd, maar ik wou dat ik vogels kon verstaan… 

‘Toen de duif tegen de avond bij Noach terugkwam, droeg zij een groen olijfblad in de bek.’ (Genesis 8:11) Vogels zijn altijd leven. Al zetten we ’s morgens al gauw de radio aan, wat proberen vogels ons duidelijk te maken over de kwaliteit van het leven? Wat kunnen we van vogels leren? Of is een mens die dit wil weten een vreemde vogel?