Hersenspinsel

Hij sloop heel langzaam, haast onmerkbaar langzaam over de bodem. De levende ondergrond was een tapijt van groen dat nóg langzamer had gegroeid. Hij keek zorgvuldig om zich heen, klaar om te springen. Zijn soort leefde op aarde lang voordat er mensen waren die hun observaties opschreven en daardoor een eind maakten aan de prehistorie. Hij keek en keek, maar er was niets te zien dat hij kon bespringen. Springen was zijn specialiteit. Nee, hij sprong niet voor de lol, maar om in leven te blijven. Dat was zijn grootste obsessie, leven blijven. Leven was overwinnen. Opeens werd het heel licht, het bliksemde fel, maar donderde niet. 

Dat was mijn camera. Ik had het spinnetje eerst op de vitrage gezien. Een deel van het blad raakt de vitrage aan. Het spinnetje stapte over van het ondergordijn naar het onderblad van de dood lijkende maar springlevend zijnde orchidee. Alhoewel, wie sprong van leven was niet de orchidee, maar de Schorsmarpissa , de Latijnse naam is Marpissa Muscosa. Dit is een springspin en die heet zo omdat hij zijn prooi bespringt. Voor een besprongen insectje is de spin een dodelijk groot monster, maar voor een mens stelt een Schorsmarpissaatje niet veel voor. Het gaat om ongeveer acht millimeter. 

Ik bekeek de springspin nauwkeurig op mijn computer. Wat was hij mooi – de harige poten, het prachtige patroon op zijn rug, de lompe lichaamsbouw die ervoor zorgt dat hij wel tegen een stootje kan, de kop. Wat zou hij die dag gegeten hebben? Bij mij in huis op de vensterbank tussen vitrage en orchidee vallen niet veel insecten te bespringen. Hij  was binnengekomen omdat het raam op een kier stond.  

Ik houd van het op me af laten komen van de kleuren en vormen van flora en fauna. Ik geniet van zo’n klein springspinnetje dat mij in het oog sprong, dat vervolgens sprong in de lens van mijn camera en dat nu springt in de ogen van ieder die dit leest. Wat voor een spinnetje een enorm tapijt is, is voor mij maar een kamerplant op de vensterbank. Wat voor mij planeet is, is voor het universum maar een zonnestofje. Groot is het kleine, klein is het grote. 

‘Hoe ontelbaar, Heer onze God, zijn de wonderen die gij verricht hebt.’ (Psalm 40:6)