Bestaansinterpretatie

Volgens het behaviorisme, een stroming in de psychologie, is het leven een kwestie van prikkel en respons. Bekend is het hondje van Pavlov: als een hond na een belletje wordt gevoerd (prikkel), begint het na verloop van tijd speeksel te produceren zo gauw het belletje klinkt (respons). Mensen zitten wat ingewikkelder in elkaar, maar ook wij zijn en worden subtiel geprogrammeerd door onze omgeving en cultuur. De rechtervoet reageert ‘automatisch’ wanneer een verkeerslicht van kleur verandert. We glimlachen zonder nadenken terug wanneer iemand ons vriendelijk toeknikt. We krimpen bij een onverwachte knal meteen samen. Veel reacties zijn voorspelbaar. 

Volgens de Zweedse godsdienstpsycholoog Hjalmar Sundén (1908-1993) is een mens niet alleen een kwestie van stimulus en respons (SR), maar is het schemaatje ook stimulus, interpretatiekader, respons (SIR). Een ‘interpretatiekader’ gaat om zinvolle rollen binnen een zinvolle context. 

Voorbeeldje? Toen ik eens in de ‘dierentuin’ van Emmen kwam en de apen bewonderde, zei een vader tegen zijn dochtertje: ‘Kijk eens, daar heb je Meneer Nilsson’. Het kind op vaders rug zat diep in de Pipi Langkous wereld en werd totaal betoverd, want ogen en mond gingen wijd open van verrukking. Een zoöloog kijkt echter heel anders en denkt bij het type aapjes waartoe ‘Meneer Nilson’ behoort, aan de ‘cebidae’ en aan eigenschappen van biotopen in Zuid-Amerikaanse regenwouden. Dat dit type aapje in het Nederlands ‘doodshoofdaap’ heet of ‘kapucijnaap’, zegt meer over het interpretatiekader van de naamgevers dan over het aapje dat helemaal niet dood wil, maar leven. Het woord ‘schedel’ komt uit biologische interpretatiekaders, maar ‘doodshoofd’ doet meer denken aan spookfilms. Een Kapucijn is een volgeling van Franciscus van Assisi en heet zo vanwege de capuchon op de pij. Mensen van 2020 zien bij ‘capuchon’ echter geen monniken maar winterjassen. Verder kan kapucijn kan een duivensoort zijn, maar doet ook velen denken aan ‘kapucijners’ wat een erwtensoort is. Sundén heeft gelijk: we reageren steeds vanuit interpretatiekaders en vanuit onze rol daarin. 

Zo is het ook met religie. Veel mensen groeien in onze dagen buiten religies en hun groeperingen op. Een wereld vol oude eeuwen oude verhalen, tradities en associaties gaat dus aan hen voorbij. Veel van Europese architectuur, literatuur, beeld- en schilderkunst is onbegrijpelijk. Maar een mens mist niet wat hij of zij niet kent. 

En mensen die wel binnen een religieuze traditie opgroeien? Die krijgen een interpretatiekader aangeboden waarmee ze ‘gezond’ en ‘ongezond’ kunnen omgaan. Ongezonde religiositeit vervreemdt een mens van zichzelf. Indoctrinatie is hiervan een vorm, een negatief zelfbeeld, ‘alles’ zien als zonde, groepsdwang. Gezonde religiositeit brengt echter het nobele in een mens naar boven en is bevrijdend. Het biedt een perspectief, geeft een mooie helicopterview en maakt van de gave van het leven een uitdagende opgave. 

Jezus van Nazareth interpreteert het sociale en persoonlijke leven vanuit het rijk Gods. Hij wil absoluut geen godsdienst die mensen onderdrukt, maar ziet het dienen van God als bevrijdend en horizonverruimend. Jezus helpt mensen bovenal zichzelf te bevrijden van een negatief zelfbeeld. Hij helpt mensen tot volle bloei te komen en steeds nieuwe mogelijkheden te zien. In zijn eigen woorden: 

‘Jouw geloof heeft je gered’ (Lukas 7:50)